De Champagnestreek
Rondom Reims en Épernay onderscheiden we 3 districten:
Montagne de Reims, Vallée de la Marne en Côte des Blancs.


Montagne de Reims

Montagne de Reims is een natuurpark. Het is echter geen gebergte. Het hoogste punt is 288 meter. Als we over heuvels spreken, geeft dat een te lieflijke indruk, want het zijn serieuze "kuitenbijters". Dat ondervonden we tijdens een aantal gebiedverkennende wandelingen. Dit plateau ten zuiden van Reims heeft van west naar oost een lengte van 20 tot 25 kilometer en van noord naar zuid een breedte van 8 tot 12 kilometer. Hier treffen we, behalve belangrijke wijngaarden, uitgestrekte loofbossen en menige graanakker aan. Op het onderste gedeelte van de hellingen vinden we de wijngaarden, die hier vooral zijn beplant met pinot noir. Het is echter een te starre gedachte dat de Montagne de Reims alleen beplant zou zijn met deze variëteit. Her en der is er ook chardonnay en pinot meunier te vinden.


Vallée de la Marne

Vallée de la Marne volgt de oevers van de rivier van Épernay tot voorbij Château-Thierry. Op de rechteroever liggen de wijngaarden ideaal op naar het zuiden gekeerde hellingen. De beste wijngaarden zijn beplant met pinot noir, maar we treffen in de Vallée de la Marne ook veel pinot meunier aan. Vooral ten westen van Épernay. Het is overigens een discutabel punt of gemeenten als Mareuil, Aÿ, Hautvillers en andere nu bij de Montagne de Reims dan wel bij de Vallée de la Marne horen. Geologisch moeten ze zonder meer tot de Montagne de Reims worden gerekend, maar historisch-commercieel zijn ze georiënteerd op de Vallée de la Marne.


Côte des Blancs

Côte des Blancs is het derde district. Deze bank van krijt en kalksteen volgt over een lengte van ongeveer 20 kilometer een noord-zuidlijn om ten zuiden van Vertus en Bergères-lès-Vertus plots over te gaan in vlak land met gewone agrarische culturen als suikerbiet en graan - la plaine champenoise. Het blijkt in werkelijkheid niet te bestaan uit één enkeleheuvelrug, maar uit meerdere "côtes" die vanuit Épernay in zuidoostelijke, zuidelijke en zuidwestelijke richting uitwaaieren. Ter plekke wordt dan ook gesproken van "les coteaux au sud d'Épernay. Deze heuvelruggen zijn van elkaar gescheiden door kleine valleien. Op de naar het oosten, zuidoosten en zuiden gekeerde hellingen vinden we de wijngaarden. Deze zijn zeker niet alleen beplant met de witte chardonnay zoals de naam van het district ons moet doen geloven. De volledig op het oosten georiënteerde côte van Cramant, Avize, Oger en le Mesnil-sur-Oger, de langste, de hoogste en kwalitatief de belangrijkste, is praktisch het exclusieve domein van de chardonnay-druif en daarom is dit gehele district voor het gemak maar Côte des Blancs gedoopt.